Vijf stappen om beter te delegeren
U heeft een goed team, en toch worden taken niet altijd uitgevoerd zoals u wilt. De oorzaak zit meestal in de opdracht, niet in de mensen.
Veel leidinggevenden herkennen dit: een goed team, en toch worden acties niet altijd naar wens uitgevoerd. Meestal ligt dat niet aan de mensen, maar aan hoe de opdracht is gegeven. Vijf stappen die helpen.
1. Geef een heldere opdracht
Onduidelijke instructies leiden tot verschillende interpretaties. Maak duidelijk wat het resultaat moet zijn, waarom het belangrijk is en wanneer het klaar moet zijn. Voor terugkerende taken: leg de beste werkwijze vast. Dat helpt ook nieuwe collega's.
2. Kies de juiste persoon
Een goede uitleg helpt niet als iemand de ervaring mist. Laat de taak passen bij kennis en vaardigheden. En zie elke opdracht ook als een kans om iemand te laten groeien.
3. Stem uw begeleiding af op de taak
Iemand kan in het ene deel van zijn werk beginner zijn en in het andere zelfstandig. Stuur waar iemand nog leert, coach waar hij twijfelt, en laat los waar hij het kan. Zo voorkomt u micromanagement én onduidelijkheid.
4. Spreek vooraf af wat er gebeurt als het anders loopt
Onvoorziene obstakels horen erbij. Spreek af hoe iemand dan handelt, zodat het werk niet stil komt te liggen. Zorg dat hij weet wie hij kan vragen.
5. Geef de middelen en het mandaat
Zonder de juiste tools, informatie of bevoegdheden loopt ook de meest ervaren medewerker vast. Leg vast wat iemand zelf mag beslissen, en tot welk bedrag. Dat mandaat groeit mee met de ervaring.
Delegeren is geen loslaten en hopen. Het is helder maken wat er moet gebeuren, wie het doet, hoe het het beste gaat en wat iemand zelf mag beslissen. Dan wordt het werk beter, sneller en met meer plezier gedaan.